Aardhuis
 

Flora en Fauna

Flora

Er komen in Kroondomein Het Loo maar liefst 30 soorten planten en dieren voor die op de Rode Lijst staan. Deze soorten verdienen extra aandacht omdat ze anders kunnen uitsterven. Er komen natuurlijk ook minder zeldzame soorten voor die juist heel karakteristiek zijn voor deze omgeving. Hier vindt je een mix van zeldzaam, bijzonder tot zeer algemeen voorkomende soorten.

 

Adelaarsvaren

In onze loof- en naaldbossen kun je soms grote oppervlakken aantreffen die bedekt zijn met Adelaarsvaren, Pteridium aquilinum.

Het is de grootste varen van onsland. Maar let op, wat je boven de grond ziet is steeds in feite maar één blad. Je ziet dus een groot aantal bladeren die mogelijk tot één plant behoren. Ondergronds zit namelijk een grote vertakte wortelstok waaruit iedere lente opnieuw de jonge bladeren te voorschijn komen.

Het zijn 3 tot 4 maal geveerde bladeren. In de zomer vormen zich sporenhoopjes aan de bovenrand van die geveerde bladeren. In de herfst sterft alles boven de grond af en wordt de productie van de zomer als reserve opgelagen in de wortelstok.

 

Dopheide

In de heides en dan met name op de nattere stukken zie je meestal de bloemtrossen van de Gewone dophei, Erica tetralix.

De roze urnvormige bloemen zijn kleiner dan een cm en zitten met een groot aantal, meestal zo'n twaalf bij elkaar, aan de toppen van de rechtopstaande stengels. Ook in hoogveengebieden kun je de fraaie roze bloemen van gewone dophei vinden.

 

Bosanemoon

Aan het eind van de winter of vroeg in het voorjaar zijn in onze rijkere bossen en in de bossen van landgoederen vaak hele bodemoppervlakken bedekt met de Bosanemoon, Anemone nemorosa.

De witte bloemen staan zo dicht bij elkaar dat je zou kunnen denken dat er nog plakken sneeuw in het bos liggen. De bloemen staan allemaal apart op een steel met drie bladeren. Het lijkt of ze zich allemaal op de zon richten om zoveel mogelijk voorjaarswarmte te ontvangen.

 

Jakobskruiskruid & jacobsvlinderrupsen

In ruigten, bosranden, wildakkers en in de bermen langs bospaden staan in de zomer groepen van planten met gele composietenbloemen, het Jakobskruiskruid, Jacobaea vulgaris.

De tot bijna een meter hoge planten vormen een tamelijk groot wortelstelsel, waardoor de planten die bij elkaar in een groep staan in feite een kloon vormen. In elk hoofdje staan naast veel buisbloemen 13 lintbloemen. Op deze giftige plant komen rupsen voor van de jacobsvlinder. De vlinder is een opvallende verschijning door de zwarte voorvleugel met twee rode stippen langs de achterrand en een rode streep langs zowel de voorrand als de binnenrand. De achtervleugel is rood met zwarte randen.

De rups is helder oranje geel met opvallende zwarte dwarsbanden; beharing kort, zwart en onopvallend; kop glimmend zwart. Ze zijn gespecialiseerd op het jacobskruiskruid. Dit is een giftige plant en de rupsen zijn door het eten ervan ook giftig. Zelf hebben ze er geen last van, maar vogels die zo’n rups eten worden ‘niet lekker’. De kleuren geel en zwart, die we bijvoorbeeld ook bij wespen zien, waarschuwen de vogels al: “eet mij niet”.

 

 

Sintjanslot

Tussen al het groen vallen deze kleurige bladeren aan de eiken in het oog.

Rond de langste dag van het jaar lopen vooral de eiken opnieuw uit. Deze gloednieuwe loten zijn genoemd naar Sint-Jan wiens geboortedag 24 juni is. Als het in deze tijd van het jaar relatief fris is, hebben de nieuwe bladeren vaak een roodbruine tint die later in het jaar weer zal verdwijnen.

Fauna

Verrekijkers zijn een handig hulpmiddel bij het kijken naar wilde dieren en vogels. Heel anders dan bij planten waarbij je rustig door de hurken kunt gaan om hen te bekijken, geldt dat bij de wilde dieren en vogels natuurlijk niet. Het natuurlijke gedrag van wilde dieren en vogels is juist bij ons vandaan te vluchten. Met de verrekijker kunnen we in de verte zien waardoor ze niet direct wegrennen of vliegen.

Edelhert

In ons land het grootste zoogdier en de grootste hertachtige. Alleen de eland is nog groter. De mannetjes dragen een gewei, vandaar hun naam geweidragers. De wijfjes, hindes genoemd, zijn kaalwild.

 

Ringslang

De ringslang is een watergebonden slang. Langs sprengen, sprengbeken en bij poelen en vennen kun je ze tegenkomen.

Deze slag heeft ronde pupillen, gekielde schubben en twee duidelijke gele en zwarte vlekken achter de kop. Het is de grootste slang in Nederland (tot 1,20 m). Hij is niet giftig en bijt zelfs niet als hij gevangen wordt. Om aan belagers te ontkomen kan de ringslang zich schijndood houden. 

 

Vos

‘Reintje’ voelt zich helemaal thuis in Kroondomein Het Loo. Vossen vinden voldoende voedsel zoals muizen en bessen en graven holen om hun jongen in te krijgen. De vos is op rustige dagen actief en dan kun je hen zomaar tegenkomen.

 

Bosmuis

De bosmuis heeft een geel- tot donkerbruine rug en een witte tot grijze buik.

Vaak heeft de bosmuis een gele borstvlek en een rugstreep. Jonge dieren zijn grijsbruin op de rug en donkergrijs tot wit op de buik. De staart is lang en tweekleurig: donker van boven en licht van onder. De staartlengte is 80 tot 120% van de lengte van het lijf. Over de staart lopen 130 tot 180 ringen. Hij heeft korte voorpoten met vier tenen en lange achterpoten met vijf tenen. De oren zijn groot en steken duidelijk uit de vacht en de ogen zijn donker en groot. Hij heeft een korte snuit met een roze neusspiegel en grijze snorharen en sterke tanden.

 

Witte kwikstaart

Deze vogel is zwart-wit met witte vleugelstrepen en zwarte keel. Het vrouwtje is minder uitgesproken zwart-wit getekend dan het mannetje. De witte kwikstaart heeft een lange staart die voortdurend op en neer beweegt.

De witte kwikstaart kun je tegenkomen in min of meer open land en is bijvoorbeeld te vinden op de akkers en graslanden rond Gortel en Niersen.